Return to site

Bezoek aan het kerkhof in Inden

22 Maart 1998 door Albert J. Bausch

Door mijn golf vriend in Düren ben ik gewaarschuwd dat de protestante kerkhof in Inden binnenkort zal verdwijnen wegens de bruinkool winning. Dat is aanleiding om met mijn zoon Rudolf en kleinzoon Ruben Inden te bezoeken.

Parijs, februari 1997 in een laatst overgeblevene Parijse “ café Chantal” genieten wij met de dan anderhalf jarige Ruben Bausch van de Parijse ambiance en muziek. De artiesten zijn oud en zo versleten dat ze de trek- accordeon vervangen hebben door toetsen. Maar musiceren kunnen zij en de gerant met zijn kelners zingen beurtelings mee met oude Parijse succes nummers van Edith Piaf.

Daar maak ik met mijn zoon Rudolf de afspraak om ,voordat het te laat , is naar Inden in Duitsland te gaan. Daar is in 1500 een Bausch dynastie begonnen, wist ik. Helaas zullen graafmachines van de bruinkool industrie merendeels van het dorpje met de voet gelijk maken. Als wij snel zijn kunnen wij de jongste loot van onze familie nog lijfelijk in contact brengen met het verleden.

Omdat mijn Frans te slecht is, roep ik tijdens de lunch en luchtige muziek opstandig;

Bericht aan de reizigers,

Bestijg de fiets nooit zonder je valies met dromen,

dan vind je in elke stad behoorlijk onderkomen.

Een jaar later voegen wij de daad bij het woord en gaat Ruben met zijn vader en opa op zoektocht naar zijn voorvaderen. Veertien generaties geleden, dat weten wij inmiddels , is het in Inden begonnen. Na een tocht vanuit de Nederlandse grensstad Roermond, zestig kilometer Duitsland inwaarts, bereiken wij ons doel. Het dorpje Inden staat in de weg van kolossale graafmachines van de bruinkolen winning. Aan de lopende band wordt dag en nacht tot 100 meter diep gegraven. De bruinkool gaat direct naar elektrische centrales. Er staan er al zeven en de nieuwe groeve Gatsweiler II zal ook het grondwaterpeil in ons Limburgse land aantasten. Inden zal vervallen tot gosttown heb ik in een Nederlandse krant gelezen.

Ook over de hopeloze strijd om iets van de oude cultuur te behouden, lees ik ook. Het protestante kerkhof waar velen van onze voorvaderen Bausch zijn begraven zal binnenkort worden opgeruimd. De enorme graafmachine, die de oppervlakte van een voetbalveld beslaat en honderd meter hoog is , nadert al tot op vijfhonderd meter . De liturgische dienst is al geweest, de kerk gesloten.

Dit is ons doel van de tocht.

Boven het dorp, waar het riviertje de Inden in het verleden voor veel wateroverlast zorgde, ligt het kerkhof. Een kruis tussen bomen, hoog op een heuvel wijst ons de weg.

De huizen zijn al afgebroken en net als vroeger ligt het kerkhof buiten de bewoonde kring. Onwezenlijk ver van het dorp, zoveel is er al met de grond gelijk gemaakt.

In de verte zien wij het grommende en stoom uitblazende monster van de machine.

Het katholieke kerkhof waar de protestante Albert Bausch in februari 1667 zijn tweede dood geboren kind, na een historische strijd met de katholieke pastoor, begraven heeft is al verdwenen.

De weinige protestanten in die tijd hadden geen eigen kerk of begraafplaats. De pastoor stond geen ketter toe op gewijde grond. Maar de hertog van Jülich, die geen tegenstander was van de reformatie , beslist dat het kind begraven mag worden op het katholieke kerkhof. Albert heeft als schrijver 14 jaar de hertog gediend en dat zal wel geholpen hebben . Deze gebeurtenis zal leiden tot een eigen Evangelische kerk met begraafplaats in het eigenzinnige Inden.Een geweldige prestatie want er leven toen nog weinig gereformeerden vooral nadat de hertog weer teruggekeerd is tot het katholieke geloof omdat hij anders al zijn macht zou verliezen.

Daarom is deze geschiedenis in het kerkelijk archief bewaard gebleven. Nu staan wij ruim 330 jaar later bij het door hoge muren omringde , grimmig gesloten kleine protestante kerkhof. Het is guur , de regen geselt en bij Rudolf giert een aankomende griep.

‘In Parijs was het al lente’, klaagt hij. Niets kan ons weerhouden en wij klimmen over de muur van Gods akker. Wij stoten op een graf monument van Theodor Bausch die in 1820 het kerkhof heeft laten renoveren. Kleinzoon Ruben , schuifelt in zijn rode jack kleintjes tussen de stenen. Bij het graf van ene Albert Bausch contrasteert hij fel met het ‘marmeren’ zwart van de grafsteen.

Hij roept ,’ dat ik stout ben’,

Ik kijk mijn zoon niet begrijpend aan.

‘Hier rusten wel veel Bauschen ; de Johans , Victors, Katherina's, Karls, Rudolfs en veel Alberten’, mompelt mijn zoon onder de indruk

‘Ik ben bang ‘, roept mijn kleinzoon.

Vreemd , weet hij wat dood is?

Ik neem mijn hoed af want ik tel vijf graven met de naam Albert Bausch, terwijl mijn naam in Nederland zo weinig voorkomt. ‘Deze gebeurtenis zal hem toch niet traumatiseren’, maak ik mij zorgen, ‘of ben ik zelf in de war ?’ Het kerkhof heeft al open plekken, veel graven zijn ontruimd maar de hoek van de Bauschen lijkt nog intact.

Ze liggen er aaneengesloten bij elkaar terwijl het regenwater hun stenen schoon wast.

Onder de indruk van deze trieste geslotenheid tillen wij Ruben terug over de muur

Daar zien wij ons ontdekt door een Duitse boer met grimmig aangelijnde hond.

Na onze uitleg begrijpt hij onze tocht en verwijst naar een boerderij onder de heuvel.

Dat is de Bauschhof zegt hij , Herman Muelge is mijn collega. Daar klopt iets niet denk ik, is er dan nog een ? Daarom zetten wij onze speurtocht voort en rijden het erf van die boerderij op. Zoon Rudolf is ijverig in de weer met het digitaliserend vastleggen terwijl ik aanbel om nadere informatie. Intussen kakt Ruben in zijn broek.

Herman ( 52 ) is van goede bloed. Zijn vrouw is een Bausch, niet uit onze familie lijn, begrijp ik. Ze komt ergens van de Lunenberger heide. Hij is bedrijfsleider van de suiker fabriek omdat boeren verrekte moeilijk is. Maar boeren blijft mijn passie verbaast ons zijn verhaal. Veertig hectaren land bij de Bausch Lehnhof in Berzbuir, in het Eifel landschap, is de hobby van mijn familie. Mijn vrouw en twee studerende zonen in Aken helpen mee.

Van Herman horen wij de levensgeschiedenis van Adèle en Alfred Schröder , een leraren familie. Zij leven op de Bauschhof in Berzbuir. Er was een Bausch archief en hij heeft ontdekt dat de familie Bausch twee honderd jaar lang gevochten heeft om de Lehnhof in de familie te behouden.

De kwestie is dat vroeger niemand eigendom had buiten de adellijke en de katholieke kerk. Die koppige Bausch familie heeft generaties lang , hun Lehnhof niet belehnd van de adelijke eigenaar. De Lehnhof is hun eigendom en dat zal bewezen worden. Aan tweehonderd jaar onduidelijkheid komt een einde door nieuwe wetten van Napoleon die het eigendomsrecht door geheel Europa in 1791 regelt.

Kost wat kost zal de Bausch Lehnhof, ook de daarop volgende jaren, in de familie blijven.

Alfred en zijn Adele ,geboren Windje, behoort tot de Bausch familie, bereiken dat - en meer dan dat- de de Frankische boerderij uit 1400 tot monument wordt verheven mede door de publicaties van Alfred Blömer en de inspanningen van het echtpaar.

Minder bekend is hun streven om een echte erfgenaam te krijgen want zij blijven kinderloos. Tot tweemaal toe probeert hij een Bausch neefje als zoon te adopteren.

Hij neemt na de oorlog een twaalfjarige Bausch zoon , Victor , in de familie op.

Het blijkt geen geboren boer te zijn en de adoptie worden afgeblazen.

Ook een andere poging lukt niet. Met Herman praten wij over Inden, de Bausch geschiedenis en zijn droom ooit boer te worden in Inden. Twee van zijn boerderijen in Inden werden in de loop der jaren door erf kwesties steeds meer gedeeld.

Muren splitsen de boerderijen in steeds kleinere delen. Kopen en weer samenvoegen wat hij wilde, lukte niet. Dan komt de totale onteigening door de bruinkolen Garzweiler II.

Inpakken en wegwezen. Hij kent de prachtige Bausch Lehnhof in Berzbuir en toen hem wat jaren geleden de kans geboden werd deze over te nemen was de beslissing eenvoudig. Adele wordt in haar laatste jaren goed verzorgd in de Bauschhof , verzekert hij mij. Hij kijkt belangstellend naar mijn kleinzoon alsof hij denkt dat de komende honderd jaar verzekerd zijn. Ruben, heeft het intussen naar zijn zin in de warme Duitse woonkamer. Bij weer een koekje zegt hij , ‘merci bien en zelfs Danke schon’ .

Maar de Duitse pet die hij als geschenk krijgt wil hij niet. Zet hem resoluut niet op, ‘non ‘, blijft het hardnekkig. Nein

All Posts
×

Almost done…

We just sent you an email. Please click the link in the email to confirm your subscription!

OK